Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Boete
Noorland Juristen Menu

Boete

Het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat een van de mogelijke hoofdstraffen een geldboete is, dit is een verplichting tot betaling van een vastgesteld bedrag. In het Nederlandse strafrecht worden de geldboetes die ten hoogste door de rechter kunnen worden opgelegd, vastgesteld volgens de categorie die voor een strafbaar feit is bepaald. Ieder strafbaar feit wordt door de wet aan een van deze zes categorieën verbonden. Rekening houdend met deze maximale bedragen zal de rechter uiteindelijk de feitelijke hoogte van de boete bepalen. Zo wordt diefstal, indien geen gevangenisstraf wordt opgelegd, bestraft met een geldboete van de vierde categorie, wat betekent dat de rechter maximaal een boete van 20.250 euro of 14.000 dollar kan opleggen (bij een zeer omvangrijke diefstal dus relatief weinig). De bedragen zijn te vinden in art. 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en art. 27 lid 4 Wetboek van Strafrecht BES.


Categorie Maximale hoogte van boete Wetboek van Strafrecht Maximale hoogte van boete Wetboek van Strafrecht BES
Eerste € 405 $ 280
Tweede € 4.050 $ 2.800
Derde € 8.100 $ 5.600
Vierde € 20.250 $ 14.000
Vijfde € 81.000 $ 56.000
Zesde € 810.000 $ 560.000


Mulderfeit en strafbeschikking

+
De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, Wet Mulder) regelt de bestuurlijke boetes tot € 390 voor verkeersovertredingen. Ze worden opgelegd door het OM, de politie of een BOA. Een overtreding die hieronder valt heet een Mulderfeit.

De Wet OM-afdoening en het Besluit OM-afdoening regelen de strafbeschikking.

Bij elkaar worden dit de feitgecodeerde zaken genoemd. De feitcode bestaat uit een of twee hoofdletters en drie cijfers, en soms een of twee kleine letters. Het tarief hangt af van het feit en van de categorie (bijvoorbeeld het soort weggebruiker). De feiten met codes en tarieven zijn onder meer gepuliceerd in de Tekstenbundel en het Feitenboekje. De tarieven zijn geen maxima maar de vaste bedragen. Voor een overtreder van 12 tot 16 jaar worden de tarieven gehalveerd. Verder is er nog de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.

Er wordt € 7 aan administratiekosten in rekening gebracht. De boetes worden geïncasseerd door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

Het kan gaan om de volgende feiten (met de aanduidingen m/p/* die worden gehanteerd in de Tekstenbundel en het Feitenboekje):

  • m: Mulderfeit (boete van maximaal € 390)
  • p: politiestrafbeschikkingsfeit (boete van maximaal € 350 voor een misdrijf, of boete voor een overtreding; de strafbeschikking wordt uitgevaardigd door politie of BOA); wordt overeenkomstig het Besluit OM-afdoening afgehandeld.
  • *: OM-feit (de strafbeschikking wordt uitgevaardigd door het OM). Voor deze feiten kan door de politie geen sanctie worden opgelegd. Indien de Tekstenbundel een tarief vermeldt dan wordt via het CJIB een strafbeschikking of een transactievoorstel verzonden namens het OM. De Tekstenbundel vermeldt geen tarief als de overtreding aan de hand van het proces-verbaal individueel moet worden beoordeeld, of de tarieven zijn vastgesteld in een andere richtlijn.

De Tekstenbundel en het Feitenboekje zijn landelijk, maar bevatten ook feiten die slechts strafbaar zijn op basis van plaatselijke verordeningen. Ze zijn gebaseerd op de model-APV en uiteraard alleen van toepassing in de betreffende gemeenten.

Er zijn per jaar ongeveer 750.000 bonnen bij staandehoudingen (720.000 politie; 30.000 BOA's) en 800.000 bonnen bij parkeerovertredingen (180.000 politie; 620.000 BOA's).

Verbaliseren zonder combibon


Een rijdend voertuig kan gefotografeerd worden bij bijvoorbeeld te hard rijden of door rood rijden. De overtredingen worden volledig geautomatiseerd op kenteken geconstateerd, zoals bijvoorbeeld door middel van flitspalen en trajectcontroles.

Aanhangig is de Wet tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, het Wetboek van Strafvordering en de Gemeentewet in verband met de digitalisering van de handhaving van veelvoorkomende overtredingen (Wet digitale handhaving veelvoorkomende overtredingen), volgens welke de verbalisant geen bon meer hoeft achter te laten. Dit maakt het mogelijk dat de verbalisant ter plaatse de gegevens invoert in een PDA, en dat deze geen printer hoeft te hebben. Voor de bewijsvoering maakt de verbalisant, voor zover mogelijk, foto’s van een geconstateerde parkeerovertreding. Dit betreft bijvoorbeeld het fotograferen van de plek waar de auto staat (bijvoorbeeld op een invalidenparkeerplaats) of van het dashboard waarop het parkeerbewijs ontbreekt, dan wel van het parkeerbewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de betaalde parkeertijd is overschreden. Dit kan met dezelfde PDA. De eventuele verklaring van de betrokkene wordt ook ingevoerd in de PDA. Het direct uitreiken van een papieren aankondiging blijft ook bij staandehoudingen achterwege. Hoewel sommige BOA's wel een printer hebben wordt dit voor politie onpraktisch geacht omdat die naast een portofoon ook al een pistool, een wapenstok en handboeien aan de koppel heeft.

De gemiddelde aanlevertijd bij het CJIB wordt naar verwachting bij digitale handhaving circa 7 dagen. Het duurt dus meer dan 7 dagen voordat de parkeerder op de hoogte gesteld wordt van de verbalisering. Hij doet er dus goed aan bewijzen van betaling zoals parkeerkaarten altijd enkele weken te bewaren. Dan nog blijft het lastiger om ander ontlastend bewijsmateriaal te vergaren en getuigen a decharge te zoeken, bijvoorbeeld betreffende een door struiken of een geparkeerde verhuiswagen niet goed zichtbaar verkeersbord. Ook als de geverbaliseerde wel aanwezig is en dus direct op de hoogte is van het verbaliseren vervalt wel het gemak de gegevens direct op papier mee te krijgen, zodat de burger het rustig na kan lezen en voor uitleg en advies kan laten zien aan iemand die er meer verstand van heeft. De regering stelt dat het wetsvoorstel past in het huidige tijdperk dat wordt gekenmerkt door automatisering en digitalisering, maar in plaats van versnelling van de communicatie (e-mail is bijvoorbeeld sneller dan gewone post) of even snel (directe elektronische verzending in plaats van achterlating of overhandiging van een papieren bon) is er hier dus een sterke vertraging: van direct, of direct bij terugkomst bij de auto, naar meer dan 7 dagen.

Gemeente


Bij constatering dat de gemeentelijke parkeerbelasting niet is betaald of dat de tijd waarvoor die is betaald is verstreken wordt een naheffing opgelegd. Deze wordt berekend over een parkeerduur van een uur, tenzij aannemelijk is dat het voertuig langer dan een uur zonder betaling geparkeerd heeft gestaan. Naast de normale parkeerbelasting betaalt men dan een bedrag aan kosten van maximaal € 56. Materieel komt dit neer op een boete. In deze gevallen is de overtreding geen Mulderfeit. Het desbetreffende aanslagbiljet wordt ofwel conform de regels van de Invorderingswet 1990 toegezonden of uitgereikt aan de belastingschuldige, ofwel aangebracht op of aan het voertuig.

Als een gemeente-BOA (ook aangeduid als gemeentelijk opsporingsambtenaar, goa) een parkeerovertreding als Mulderfeit beboet (omdat de gemeente geen parkeerbelasting toepast, of in het geval van een parkeerovertreding waarvoor de parkeerbelasting niet van toepassing is) krijgt de gemeente hiervoor tijdelijk een vergoeding van het Rijk (PV-vergoeding) van € 25.

De Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte heeft de artikelen 154b tot en met 154n toegevoegd aan de Gemeentewet, met twee nieuwe handhavingsinstrumenten voor gemeenten met betrekking tot bepaalde vormen van overlast, beide opgelegd door een gemeente-BOA: de bestuurlijke strafbeschikking overlast (BSo) en de bestuurlijke boete overlast (BBo). Gemeenten moeten kiezen, het kan niet allebei. De BSo is in de meeste gemeenten ingevoerd. Geen enkele gemeente heeft gekozen voor de BBo; voorlopig wordt deze mogelijkheid echter nog niet afgeschaft.

Bij de BSo gaat de incasso via CJIB. De gemeente krijgt tijdelijk een PV-vergoeding van € 40 per strafbeschikking voor overlastfeiten uit het APV. Als de bestrafte verzet instelt wordt de zaak overgedragen aan de CVOM. De CVOM gaat in die gevallen in beginsel tot oproeping op een zitting over. Dat wil zeggen dat de CVOM de zaak voor de rechter brengt, zodat deze het verzet inhoudelijk kan toetsen en uitspraak kan doen. Er is in beginsel geen ruimte voor de CVOM om zaken op beleidsmatige gronden te seponeren door middel van intrekking van de BSo. De CVOM zal uitsluitend seponeren om juridisch-technische redenen.

Het bedrag van een BBo is voor natuurlijke personen niet meer dan €390 en voor rechtspersonen niet meer dan € 2250. Een BOA legt niet op straat de bestuurlijke boete op, maar beperkt zich tot het uitschrijven van een aankondiging dat een bestuurlijke boete zal worden opgelegd. Bij een BBo geldt de Algemene wet bestuursrecht(Awb); in deze wet staan ook enkele bepalingen speciaal voor een bestuurlijke boete (in het algemeen). De Gemeentewet bepaalt dat Hoofdstuk 8 Awb (Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter) op een BBo niet van toepassing is. Tegen een BBo kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank. Het beroep wordt behandeld en beslist door de kantonrechter. De procedure is hetzelfde als bij een Mulderfeit, alleen heeft nu niet het OM maar de gemeente de rol van het bestuur dat de beschikking heeft uitgevaardigd. Het OM speelt dus bij de BBo geen rol. De BBo is voor de gemeente bewerkelijker dan de BSo doordat deze de incasso zelf moet doen en door de bezwaarprocedure en de rol in de beroepsprocedure. Daar staat tegenover dat de opbrengst toevalt aan de gemeente. Strafrechtelijke handhaving blijft mogelijk, opdat de politie een rol kan behouden bij escalatie of in geval van heterdaad. Als de gemeente kiest voor de bestuurlijke boete draagt de gemeente echter de volledige verantwoordelijkheid voor het handhavingsbeleid.

De regering overweegt de overtredingen die met een BSo kunnen worden bestraft uit te breiden met o.a. fietsen in voetgangersgebied, ook om onbegrip bij het publiek te voorkomen.

Voor een deel van de overtredingen in het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet, die betrekking heeft op overtredingen door horeca-ondernemers van de Drank- en Horecawet, kan de gemeente een bestuurlijke boete opleggen (de overige worden door het Rijk beboet).



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina