Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Wetboek van Strafrecht
Noorland Juristen Menu

Wetboek van Strafrecht

Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (in de rechtspraak vaak afgekort tot Sr of WvSr) vormt samen met het Wetboek van Strafvordering de basis van het Nederlandse strafrecht. Daarnaast staan er misdrijven en overtredingen in bijzondere wetten, zoals de Wegenverkeerswet 1994, de Opiumwet, de Wet wapens en munitie, de Wet op de economische delicten en de Arbeidsomstandighedenwet.

Voor de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is er het Wetboek van Strafrecht BES.


Geschiedenis

+
Het eerste Wetboek van Strafrecht in Nederland was het Crimineel Wetboek voor het Koninkrijk Holland, dat gold van 1809 tot 1811. In 1811 werd het, na de inlijving bij het Franse Keizerrijk in 1810, vervangen door de net nieuwe Franse Code Pénal uit 1810. In 1813 bleef dit wetboek van kracht, met een aantal wijzigingen. Het Geesel- en Worgbesluit voerde Nederlandse straffen, zoals geseling en ophanging, opnieuw in. De eerste versie van het huidige Wetboek van Strafrecht werd in 1881 vastgesteld en, na eerst nog in 1886 gewijzigd te zijn, in dat jaar ingevoerd.


Strafproces

+
Het Wetboek van Strafrecht beschrijft niet hoe de strafrechtelijke procedure verloopt. Dit wordt beschreven in het Wetboek van Strafvordering.

Per 1 mei 1984 zijn geldboetecategorieën ingevoerd.


Indeling

+

Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit drie boeken:


Het onderscheid tussen een misdrijf en een overtreding wordt niet apart uiteengezet, het volgt uit de indeling. Een boete van de eerste categorie komt alleen voor bij overtredingen.

De verdere indeling is in titels (in Romeinse cijfers, per boek steeds weer met I beginnend) en, alleen voor titel IIA van boek 1, afdelingen. De artikelen zijn doorgenummerd.


Algemene bepalingen

+
Het boek Algemene bepalingen bepaalt zaken die gelden voor overtredingen en misdrijven, zoals de soorten straffen die opgelegd kunnen worden, gevallen voor strafverlaging en strafverhoging, et cetera. Overtredingen zijn over het algemeen minder ernstig dan misdrijven, maar op de zwaarste overtredingen staat een hogere straf dan op de lichtste misdrijven (zie de straffen hieronder).

Enkele onderdelen zijn bijvoorbeeld:

  • Titel I. Omvang van de werking van de strafwet
    • Artikel 1 bevat het legaliteitsbeginsel.
    • Artikel 2 bepaalt dat de Nederlandse strafwet (het geheel van de strafwetten) toepasselijk is op ieder die zich in Nederland aan een strafbaar feit schuldig maakt.
    • Artikel 7 bepaalt onder meer dat de Nederlandse strafwet ook toepasselijk is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop ook door de wet van het land waar het begaan is straf is gesteld (principe van de dubbele strafbaarstelling). Als deze bepalingen niet van toepassing zijn kan de Nederlandse strafwet soms toch toegepast worden, dit verschilt per strafbaar feit.
  • Titel II. Straffen
  • Titel IIA. Maatregelen
  • Titel IV. Poging en voorbereiding
  • Titel VIII. Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
  • Titel IX. Betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
    • artikel 83 geeft de definitie van een terroristisch misdrijf
    • Artikel 83a geeft de definitie van een terroristisch oogmerk.


Misdrijven

+
Misdrijven zijn ernstige delicten. In het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht worden alle commune misdrijven inclusief de maximaal op te leggen straf beschreven.

Enkele voorbeelden van misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht:

  • Titel I. Misdrijven tegen de veiligheid van de staat
    • Een aanslag tegen de koning plegen (art. 92).
    • Een minister met geweld verhinderen een vergadering van de raad van ministers bij te wonen (art. 95a).
  • Titel IV. Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
    • Valse deelneming aan verkiezingen (art. 128).
  • Titel V. Misdrijven tegen de openbare orde
    • Opruiing (art. 131).
    • Aanzetten tot haat (art. 137d).
    • Huisvredebreuk (art. 138).
    • Computervredebreuk (art. 138ab).
    • Deelneming aan terroristische organisatie (art. 140a).
    • Openlijke geweldpleging (art. 141).
    • Gelegenheid verschaffen tot plegen van geweld (art. 141a, ingevoerd in 2010 als onderdeel van de Voetbalwet)
  • Titel VIII. Misdrijven tegen het openbaar gezag
    • Niet voldoen aan ambtelijk bevel (art. 184).
    • Handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a, ingevoerd in 2010 als onderdeel van de Voetbalwet).
    • Mensensmokkel (art. 197a).
  • Titel X. Valsheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
  • Titel XII. Valsheid in geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
  • Titel XIV. Misdrijven tegen de zeden
  • Titel XVI. Belediging
  • Titel XVII. Schending van geheimen
    • Schending briefgeheim (art. 273a).
  • Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
  • Titel XIX. Misdrijven tegen het leven gericht
  • Titel XX. Mishandeling
  • Titel XXI. Veroorzaken van de dood of van lichamelijk letsel door schuld
    • Dood door schuld (art. 307, het niet in acht nemen van die voorzichtigheid die van een ieder kan en mag worden geboden).
  • Titel XXII. Diefstal en stroperij
    • Diefstal cq gekwalificeerde diefstal (bijvoorbeeld in vereniging)
  • Titel XXV. Bedrog
  • Titel XXVII. Vernieling of beschadiging
    • Opzettelijk beschadigen of vernielen van goederen (art. 350).
  • Titel XXX. Begunstigin
    • Heling (art. 416, kopen, bezitten of verhandelen van gestolen goederen).


Straffen voor misdrijven



De volgende straffen worden vermeld (mogelijk niet volledig):


Uit de maximale duur van een gevangenisstraf volgt dus niet helemaal eenduidig een boetecategorie.


Overtredingen

+

Het Derde Boek, Overtredingen, beschrijft overtredingen, en vermeldt daarvan steeds de maximumstraf. Op overtredingen staat geen gevangenisstraf maar hechtenis, het strafmaximum is een jaar en dikwijls veel lager; op veel overtredingen staat slechts een geldboete.

Enkele voorbeelden van overtredingen uit het Wetboek van Strafrecht:

  • Titel I. Overtredingen betreffende de algemene veiligheid van personen en goederen
    • Hinderlijk volgen (art. 426bis).
  • Titel II. Overtredingen betreffende de openbare orde
    • Nudisme op een daarvoor ongeschikte plaats (art. 430a).
    • Het in het openbaar dragen of voeren van kledingstukken of opzichtige onderscheidingstekens welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven (art. 435a, zie uniformverbod).
  • Titel VI. Overtredingen betreffende de zeden
    • Openbare dronkenschap (art. 453).
  • Titel VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie
    • Verboden toegang als de rechthebbende dit laat blijken (art. 461) - meestal aangegeven met een standaardbord dat expliciet naar dit wetsartikel verwijst


Straffen voor overtredingen



De volgende straffen worden vermeld:


Uit de maximale duur van hechtenis volgt dus niet helemaal eenduidig een boetecategorie.


Strafrecht en lokale overheid

+

Gemeenten hebben een bescheiden rol in het Wetboek van Strafrecht zelf. Wel kennen veel regelingen die door gemeenten worden toegepast ook strafrechtbepalingen. Er staat in het wetboek zelf straf op:

  • geweld en bedreiging in een raadsvergadering
  • geweld en bedreiging in een raadscommissie
  • naaktlopen op niet door de gemeenteraad aangewezen plaats voor naaktrecreatie
  • overtreding van de gemeenteverordening ter bestrijding van heling
  • opkopen als een beroep of gewoonte en het door de gemeente verplicht gestelde opkoopregister niet op orde hebben
  • overtreding noodbevel van de burgemeester in buitengewone omstandigheden.
  • zonder verlof van de burgemeester zaken in brand steken
  • ambtsmisbruik door de burgemeester, wethouder, raadslid, ambtenaar of iemand die als ambtenaar benoemd gaat worden.

Verder dragen gemeenten de kosten van de laatste straffase (verlof) van de plaatsing van een draaideurcrimeel in een daarvoor aangewezen inrichting.

Tot slot hoewel dit niet in de wet staat is de burgemeester via het overleg met de politie en officier van justitie o.a. in het driehoeksoverleg op hoofdlijn nauw betrokken bij de toepassing van het strafrecht in zijn gemeente waarbij er een relatie is met de openbare orde en veiligheid.


Kosten en middelen

+
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie wetgeving, is o.a. verantwoordelijk voor het beheer van het Wetboek van Strafrecht en de kosten daarvoor worden komende jaren begroot op € 11,5 miljoen.

Het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, staat voor 2010 voor € 26,7 miljoen op de justitiebegroting waarbij wel geldt dat het strafrecht slechts een deel van het werkpakket is. De Hoge Raad verwacht komende jaren jaarlijks circa 4000 strafzaken af te handelen.

De strafrechtbegroting van gerechtshoven en rechtbanken gaat voor 2010 e.v. uit van 249.000 zaken waarvoor c.a. € 200 miljoen beschikbaar is. De kosten van het Openbaar Ministerie bedragen in 2010 ongeveer € 600 miljoen.


Wetboek van Strafrecht BES

+
Het Wetboek van Strafrecht BES beschrijft het strafrecht zoals dat geldt op de Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de Caraïbische Zee, de zogenaamde BES-eilanden.

In oktober 2010 vond er een bestuurlijke overgang van de BES-eilanden plaats waarna deze de status van bijzondere gemeentes binnen het Koninkrijk der Nederlanden kregen in plaats van als apart land, de Nederlandse Antillen, binnen het Koninkrijk te opereren. Bij deze overgang is er besloten om bij het recht, rechtspraak en andere bestuurlijke regelgeving in de nieuwe gemeentes deels rekening te houden met reeds bestaande lokale regelgeving, procedures en gebruiken. Ook het Wetboek van Strafrecht voor de BES-eilanden wijkt op sommige punten af van het Nederlandse wetboek.



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina