Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Opzet
Noorland Juristen Menu

Opzet

Opzet is in het recht de sterkste vorm van schuld. Het meest sprekende voorbeeld kan iedereen zich vast en zeker uit de kindertijd herinneren. Jantje gooit Pietje zand in de ogen omdat hij Pietje wil plagen. Pietje begint te huilen en zegt dat hij het "aan Papa gaat vertellen". Jantje die hier blijkbaar wel een beetje van schrikt, zegt vervolgens: "Jamaar, ik deed het per ongeluk!", waarop Pietje zegt: "Nee, je deed het expres!" "Per ongeluk" veronderstelt een ongelukkige samenloop van omstandigheden of lichtere schuld. "Expres" is hetzelfde als "opzettelijk". Ook formuleringen als "dat was wel mijn bedoeling" veronderstellen opzet.

In het strafrecht is het onderscheid tussen opzet (dolus) en schuld (culpa) verder en verder verfijnd, hoewel er tussen de twee nog steeds een schemergebied ligt. Dit is van belang omdat veel misdrijven opzet vereisen, bijvoorbeeld doodslag. Indien opzet niet kan worden aangetoond zal hooguit vervolgd kunnen worden voor dood door schuld, waarop een veel lagere straf staat.

In het strafrecht kent men meerdere soorten opzet;


Opzet met bedoeling

+
Het meest zuivere opzet komt voor wanneer zowel de gedraging als de gevolgen volledig door de dader gewild waren. Een voorbeeld is de klassieke moord: een man wil zijn vrouw vermoorden om verzekeringspenningen te kunnen opstrijken, of wellicht omdat hij haar een kreng vindt. In dit geval is het opzet op zowel de daad als de gevolgen gericht.


Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn

+
Opzet kan ook indirect zijn. Een voorbeeld is iemand die een huis in brand steekt met mensen erin, om de verzekeringspenningen op te strijken. Hij weet dat de mensen in het huis zijn, en geen enkele kans hebben om te ontsnappen. Toch steekt hij het huis aan, wetend dat hij de mensen daarmee vrijwel zeker de dood in jaagt. Dan is er ook sprake van willen en weten.


Voorwaardelijke opzet

+
Voorwaardelijk opzet is de lichtste vorm van opzet. In dit geval weet de dader dat zijn daad een bepaald gevolg kan hebben, en neemt dit voor lief. Anton en Bert staan bijvoorbeeld vlak bij elkaar. Cornelis heeft een grote hekel aan Bert en schiet met een pistool. Hij realiseert zich dat hij Anton per ongeluk kan raken, maar dit kan hem niets schelen. Hij raakt inderdaad per ongeluk Anton. Dit is een klassiek geval van voorwaardelijk opzet: de dader wist dat dit kon gebeuren maar nam het op de koop toe. Deze doctrine is overigens niet onomstreden. Hij veronderstelt immers dat men in het hoofd van de dader kan kijken. Wanneer een dader echter opmerkingen maakt als "ik wist dat ik Anton kon raken maar wilde Bert zo graag te grazen nemen dat me dat niets meer kon schelen", dan is een veroordeling via voorwaardelijk opzet mogelijk. Het verschil met de andere vormen van opzet is dat hier sprake is van een kansbewustzijn terwijl het bij de andere vormen om zekerheidsbewustzijn gaat.

Voorwaardelijk opzet is de ondergrens van opzet, waarna de schuld begint. In de praktijk is er echter een grijs overgangsgebied tussen het voorwaardelijk opzet (lichtste vorm van opzet) en de bewuste schuld (zwaarste vorm van schuld). Dit betekent dat niet glashard gezegd kan worden dat direct na de voorwaardelijke opzet de schuld begint.


Boos opzet

+
Boos opzet is de zwaarste gradatie van opzet in het Nederlandse strafrecht. Het is echter geen opzetvorm, net zoals de voorbedachte rade geen opzetvorm is. Boos opzet vormt de tegenhanger van kleurloos opzet, welke door de Hoge Raad in beginsel is verkozen boven het boos opzet.

Bij boos opzet moet het zo zijn dat de verdachte wel opzettelijk de wet heeft gebroken. De verdachte moet dus wetenschap hebben van het feit dat wat hij doet niet is toegestaan door de wet. Het om het leven brengen van je vrouw is in beginsel een vorm van boos opzet. Iedereen weet namelijk dat moord verboden is bij wet. Maar er zijn minder harde voorbeelden; het kappen van een boom zonder dat je weet dat je daarvoor een kapvergunning moet aanvragen bij de gemeente. Je beroept je dus op het feit dat je de wet niet kende. Dan is er geen sprake van boos opzet. Maar zoals gezegd levert dit tweede voorbeeld geen probleem op in het Nederlands strafrecht, aangezien het kleurloos opzet als uitgangspunt wordt gezien. Dit is anders indien in de delictsomschrijving "opzettelijk wederrechtelijk" staat vermeld. Het opzet heeft dan betrekking op alle volgende bestanddelen, en dus ook op de wederrechtelijkheid. Hierbij zal dus sprake moeten zijn van opzet op de wederrechtelijkheid van de gedraging.


Kleurloos opzet

+
Kleurloos opzet is een term uit het strafrecht. Deze staat tegenover het boos opzet. Bij kleurloos opzet wordt bij het plegen van een strafbaar feit opzet op de wederrechtelijkheid van de gedraging verondersteld aanwezig te zijn (en hoeft dit dus niet te worden bewezen). Het kleurloos opzet valt in de wettekst te lezen als:

"(...) Opzettelijk en wederrechtelijk (...)"

Terwijl bij boos opzet de en verdwijnt, zodat het opzet ook op de wederrechtelijkheid ziet. Bij boos opzet moet de dader het opzet hebben gehad om de strafwet te overtreden.

"(...) Opzettelijk wederrechtelijk (...)"



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina