Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Dagvaarding
Noorland Juristen Menu

Dagvaarding

Een dagvaarding is een officiƫle, schriftelijke oproep om voor een gerecht te verschijnen. De dagvaarding is het eerste processtuk in een civiele procedure of in een strafproces en vermeldt waar het in de zaak om gaat en op welke gronden de eis berust.


Strafrecht

+
Wanneer iemand van een strafbaar feit wordt verdacht (verdachte is), en de officier van justitie besluit om die persoon daarvoor voor de rechter te brengen, zal de officier van justitie een dagvaarding opmaken. Door die dagvaarding wordt de zaak ter zitting aanhangig gemaakt (art. 258 lid 1 Wetboek van Strafvordering) en deze is een formele oproep om op een bepaalde dag en tijd voor een in de dagvaarding genoemde rechter (politierechter, kantonrechter, meervoudige kamer, te X-stad) te verschijnen. De dagvaarding wordt aan de verdachte betekend. Dat wil zeggen, door een bevoegde ambtenaar uitgereikt, welke ambtenaar van die uitreiking een akte opmaakt: een akte van betekening.

De dagvaarding heeft dus een oproepingsfunctie (dag/tijd/plaats) en bevat de tenlastelegging, een beschrijving van het tenlastegelegde feit. Daarmee is de omvang van het strafrechtelijk geschil bepaald: dat geschil gaat over de inhoud van de tenlastelegging.

De officier moet in de tenlastelegging enerzijds zo concreet en duidelijk omschrijven waar het om gaat, dat de verdachte en zijn raadsman daarop hun verdediging kunnen baseren. Anderzijds zal de officier proberen zo veel mogelijk te voorkomen dat tijdens het proces blijkt dat de feiten toch net iets anders zijn dan hij in de tenlastelegging omschreef. Vanuit dat standpunt is een zekere vaagheid (een slag om de arm) nuttig en nodig.

Tenslotte moeten de rechter, de raadsman en de verdachte in de tekst van de tenlastelegging de formele strafbepaling kunnen terugvinden waarvan de officier meent dat die is geschonden. Die bepaling moet aan het eind nog eens expliciet worden vermeld.

Die verschillende eisen aan de tekst van de tenlastelegging maakt dat er meestal vrij wollige, ouderwets aandoende, taal wordt gebruikt waarin het woord 'althans' vaak voorkomt.

Een voorbeeld van een (telast- of) tenlastelegging voor iemand die op 3 mei een winkeldiefstal pleegde:

"De officier van justitie (...) roept (...) op om te verschijnen op (...) ter zake dat hij op of omstreeks 3 mei 2011 te A-stad, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf, althans een of meer, pakje(s) kauwgom en/of twee, althans een of meer, verpakking(en) biefstuk, althans winkelgoederen ter waarde van ongeveer Euro 15,67, in elk geval enig geld en/of goed, toebehorende aan winkelbedrijf X. B.V. (filiaal z-straat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte. (artikel 310 Wetboek van Strafrecht)"

In Belgische strafzaken is dagvaarding eveneens de gewone vorm om de verdachte(n) op te roepen. In veel gevallen is er evenwel een voorafgaande procedure voor de raadkamer geweest, en dan is het die raadkamer die de precieze misdrijven waarvoor gedagvaard mag worden, bepaalt. Anders doet de procureur des koning dat. (dit heeft te maken met verzachtende omstandigheden en correctionalisering, begrippen die onder het lemma misdrijf worden verklaard)


Tenlastelegging

+
De tenlastelegging of telastlegging, door juristen soms afgekort tot t.l.l., of populair 'aanklacht', is het onderdeel van de dagvaarding waarin de officier van justitie (ook wel Openbaar aanklager) een exacte, juridische beschrijving van een bepaalde gedraging van de verdachte geeft.

Die gedraging noemt men 'het feit' dat de verdachte ten laste wordt gelegd. Dit moet een gedraging zijn, die in het Wetboek van Strafrecht of in een andere wettelijke regeling strafbaar is gesteld. De tenlastelegging moet daarom vermelden welk(e) wettelijke voorschrift(en) zouden zijn overtreden.

In sommige gevallen worden er 'primaire' en 'subsidiaire' feiten ten laste gelegd. Bijvoorbeeld "Primair moord, subsidiair doodslag"; In het geval de rechter het zware misdrijf moord niet bewezen verklaart, kan de openbaar aanklager altijd nog genoeg bewijs hebben om doodslag, een minder zwaar misdrijf, te bewijzen. Dit gebeurt bijvoorbeeld vaak bij verkeersongevallen waarbij er juridische discussie is over de precieze intentie van de verdachte. De keten loopt hier van moord - gekwalificeerde doodslag - doodslag - dood door schuld.

Je zou kunnen zeggen dat de tenlastelegging een omschrijving geeft van de overtreding of het misdrijf waarvan de verdachte wordt beschuldigd. Een strafbaar feit wordt ook wel aangeduid als 'delict'.

De officier van justitie zal moeten bewijzen dat het feit heeft plaatsgevonden. Hij moet in de tenlastelegging vermelden omstreeks welke tijd en op welke plaats het strafbare feit zou zijn begaan. Verder behelst de tenlastelegging de vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

De tenlastelegging heeft twee functies:

  1. de verdachte weet waarvoor hij terechtstaat en
  2. het vormt de grondslag voor het strafproces: de strafrechter beslist op basis van het feit zoals dat ten laste is gelegd of het bewijs is geleverd.

Door middel van de tenlastelegging wordt de vraag naar de schuld van de verdachte gesplitst in twee delen:

  • De vraag of de verdachte datgene heeft gedaan wat in de tenlastelegging staat beschreven (de bewijsbaarheid van het feit).
  • De vraag of de handelingen die in de tenlastelegging worden beschreven passen in de wettelijke definitie van een strafbaar feit (de kwalificatie van het feit).

De eisen waaraan de tenlastelegging in Nederland moet voldoen staan opgesomd in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina