Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Voorrecht van de kosten tot behoud van de zaak
Noorland Juristen Menu

Voorrecht van de kosten tot behoud van de zaak

Het voorrecht van de kosten tot behoud van de zaak is in België een bijzonder voorrecht op bepaalde roerende goederen dat diegene die deze kosten heeft gemaakt een reden van voorrang geeft op de opbrengst van de zaak in geval van samenloop van schuldeisers. Het voorrecht is ingesteld door artikel 20, 4°, van de Belgische Hypotheekwet: 'De schuldvorderingen, op bepaalde roerende goederen bevoorrecht, zijn : 4° De kosten tot behoud van de zaak gemaakt'.

Kosten tot behoud van de zaak gemaakt zijn 'alle uitgaven zonder dewelke de zaak geheel of gedeeltelijk zou zijn tenietgegaan of tenminste niet meer geschikt zou zijn voor het gebruik waartoe zij bestemd was' (Cass., 9 maart 1972, Arr. Cass., 1972, 649, R.W., 1972-73, 302 en J.T., 1972, 406; Cass., 12 mei 1978, Arr. Cass., 1978, 1068 en R.W., 1978-79, 1039 en Cass., 11 juni 1987, Arr. Cass., 1986-87, 1394 en R.W., 1987-88, 707).

Toegepast op de kosten voor onderhoudswerken en leveringen voor auto's neemt men aan dat de garagist het voorrecht van de kosten voor het behoud van de zaak kan inroepen voor:

  • het vervangen van remmen
  • het vervangen van schokbrekers
  • het vervangen van elektrische circuits
  • het vervangen van motoren
  • het aanbrengen van een wettelijk verplichte tachograaf in een vrachtwagen
  • plaatsen van veiligheidsgordels en brandblussers
  • vervanging van banden.

Thans wordt algemeen aanvaard dat kosten die betrekking hebben op het leveren van energievoorzieningen (benzine, gas, diesel) van het voorrecht uitgesloten dienen te worden.

De kosten moeten gediend hebben om de zaak te behouden, zodat de kosten die tot verbetering van de zaak werden gedaan, het besproken voorrecht geenszins kunnen genieten.

Het voorrecht geldt alleen voor de kosten gemaakt voor een roerend goed. Het geldt dus niet voor de kosten gemaakt voor een onroerend goed. Hier rijst de vraag naar de toepasselijkheid van het voorrecht op een roerend goed dat een onroerend goed door bestemming of een onroerend goed door incorporatie geworden is. Het voorrecht geldt meer bepaald niet voor de kosten gemaakt voor een roerend goed dat onroerend geworden is door bestemming of door incorporatie. Indien echter de behouden goederen, die onroerend geworden zijn door bestemming of incorporatie, machines, toestellen, gereedschappen en ander bedrijfs-uitrustingsmateriaal betreffen, gebruikt in nijverheids-, handels- of ambachts-ondernemingen, dan blijft het voorrecht met betrekking tot deze goederen vijf jaar bestaan. Het oude publiciteitsregime, dat bestond uit de neerlegging van de factuur op de griffie van de rechtbank van koophandel binnen de 15 dagen, is afgeschaft.

Om het voorrecht van de kosten tot behoud van de zaak te kunnen uitoefenen is het vooreerst noodzakelijk, doch voldoende, dat de behouden zaak op het ogenblik van de samenloop kan teruggevonden worden in het vermogen van de schuldenaar.



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina