Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Faillissementswet (België)
Noorland Juristen Menu

Faillissementswet (België)

In België is het faillissement een onderdeel van het handelsrecht. Alleen handelaars kunnen failliet gaan, dit wordt uitgesproken door de rechtbank van koophandel, ook handelsrechtbank genoemd. Tot 1997 was de faillissementswet een deel van het Wetboek van Koophandel. Sinds 1997 zijn er twee afzonderlijke nieuwe wetten: de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en de faillissementswet van 8 augustus 1997.

De handelaar die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, bevindt zich in staat van faillissement (art. 2). In de regel moet men dat binnen de maand melden aan de bevoegde rechtbank. Het faillissement kan dus in eerste instantie uitgesproken worden op aangifte. Maar het kan ook uitgesproken worden na dagvaarding, ofwel van één of meer schuldeisers, ofwel van het openbaar ministerie, ofwel van de voorafgaand benoemde voorlopige bewindvoerder. De gefailleerde verliest het beheer over al zijn goederen. Dat wordt overgenomen door één of meer curatoren. Die maken het vonnis bekend en alle schuldeisers moeten binnen de opgegeven termijn hun vorderingen indienen (aangeven). Zodra alle schuldvorderingen definitief aanvaard of verworpen zijn, gaan de curatoren over tot de vereffening van het faillissement.

De rechtbank beslist uiteindelijk of de gefailleerde al dan niet verschoonbaar is. Enkel een natuurlijke persoon kan verschoonbaar worden verklaard. De echtgenoot/echtgenote volgt de verschoonbaarheid. Alle schulden die op datum van het faillissement bestonden worden kwijtgescholden met uitzondering van bepaalde schulden zoals onderhoudsgelden of vergoedingen voor lichamelijke schade.

Een gefailleerde rechtspersoon kan niet verschoonbaar worden verklaard (art. 81 Faill.W.). Een faillissement betekent meestal ook het einde van een vennootschap. De beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement van de rechtspersoon ontbindt deze en brengt de onmiddellijke sluiting van zijn vereffening mee (art. 83 Faill.W.). Een natuurlijk persoon wordt terug in het beheer van zijn goederen gesteld. Als de gefailleerde verschoonbaar verklaard is, kan hij niet meer vervolgd worden door de schuldeisers, die vaak niet of niet volledig uitbetaald zijn.

Sedert 7 augustus 2005 kunnen de personen die kosteloos een zekerheid hebben verleend voor een gefailleerde persoon, geheel of gedeeltelijk bevrijd worden. Een voorbeeld van een zekerheidstelling is een vader die zich voor zijn zoon of diens vennootschap borg stelt bij de bank. De uitspraak over de bevrijding volgt meestal in het vonnis dat het faillissement sluit. Maar het kan vroeger mits bijzondere aanvraag.



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina