Schakel JavaScript in om gebruik te kunnen maken van deze website.
Concurrentiebeding (arbeidsovereenkomst)
Noorland Juristen Menu

Concurrentiebeding (arbeidsovereenkomst)

Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst verbiedt de werknemer om tijdens en gedurende een bepaalde periode na afloop van de arbeidsovereenkomst concurrerende werkzaamheden te verrichten, bijvoorbeeld door in dienst te treden bij een concurrent. Meestal bevat het beding een tijdslimiet (bijvoorbeeld één jaar na de uitdiensttreding) en een geografische limiet (bijvoorbeeld een straal van 25 km rond de ex-werkgever, of in een bepaalde provincie of land). In België is het niet toegestaan om een concurrentiebeding overeen te komen met werknemers wiens salaris onder een bepaald bedrag zit.

Een concurrentiebeding wordt vaak gecombineerd met andere beperkende bedingen, zoals:

  • Relatiebeding: Een relatiebeding verbiedt de oud-werknemer om zakenpartners van de vorige werkgever te benaderen.
  • Non-sollicitatiebeding: Een non-sollicitatiebeding verbiedt een oud-werknemer om zijn voormalige collega's te benaderen met een voorstel om voor hem te komen werken.
  • Geheimhoudingsbeding: Een geheimhoudingsbeding verbiedt de (oud-)werknemer vertrouwelijke informatie openbaar te maken.

Soms wordt aan het concurrentiebeding een boetebeding gekoppeld: bij niet-naleving van het concurrentiebeding is de oud-werknemer een boete verschuldigd. Dit versterkt de positie van de werkgever: het is vaak lastig voor de werkgever om aan te tonen hoeveel schade hij lijdt doordat de ex-werknemer het concurrentiebeding overtreedt. Om de boete te innen hoeft de werkgever echter niet aan te tonen dat hij schade lijdt: dat de ex-werknemer het concurrentiebeding overtreden heeft is al voldoende.


Matiging

+
Niet altijd kan een werkgever een succesvol een beroep doen op een concurrentiebeding. Een concurrentiebeding kan in sommige gevallen naar Nederlands recht onredelijk zijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het concurrentiebeding betekent dat de oud-werknemer helemaal niet meer aan het werk kan in zijn vakgebied. Een rechter kan het concurrentiebeding dan matigen, bijvoorbeeld door het geografische bereik te beperken. Of een concurrentiebeding redelijk is kan ook afhangen van de functie van de werknemer, en van de omstandigheden waaronder de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Als een werknemer in zijn proeftijd wordt ontslagen is het niet aannemelijk dat hij in die korte tijd al over dermate gevoelige kennis beschikt dat toepassing van het concurrentiebeding redelijk is. Ook als de werkgever de werknemer heeft ontslagen wegens disfunctioneren zal hij niet altijd een succesvol beroep kunnen doen op het concurrentiebeding (de werkgever is immers van mening dat de werknemer onvoldoende functioneert, van zo'n werknemer zou dus weinig concurrentie te verwachten zijn).

Als de werkgever oneigenlijke druk heeft gebruikt om de werknemer akkoord te laten gaan met het concurrentiebeding, zal hij in het algemeen geen beroep kunnen doen op het concurrentiebeding.


Nederlands wetsvoorstel 2001-2006

+
Op 17 december 2001 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend dat als doel had om de mogelijkheden om een concurrentiebeding overeen te komen, sterk te beperken (wijziging van artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Na een lange behandeling (die ruim 1,5 jaar stil heeft gelegen) is het wetsvoorstel op 13 juni 2006 gesneuveld in de Eerste Kamer in verband met het feit dat niet duidelijk is wanneer een vergoeding "billijk" is, en dat niet duidelijk is wat het rechtsgevolg is als de overeengekomen vergoeding niet billijk is.



Volg ons op Facebook!
► Facebookpagina